21e eeuw vaardigheden

‘In het verleden, toen informatie nog een lange levensduur had, was leren iets dat je ooit in je jeugd had gedaan. Daarna was je er klaar mee. In de goede oude tijd was wat je leerde voldoende voor je verdere loopbaan. Nu is leren een proces dat je hele leven duurt. Door de snel wijzigende wereld moet mensen van alle leeftijden voortdurend leren en opnieuw leren voor hun noodzakelijke kennis. Wat ze gisteren hebben geleerd kan morgen al achterhaald zijn. De volgende dag zullen ze opnieuw moeten leren omdat de informatie van vandaag dan verouderd is.’ (Ted McCain en Ian Jukes (2001)

Cognitieve & Conatieve vaardigheden

Het is wel duidelijk dat het tempo van ontwikkeling in de 21e eeuw niet afneemt. Hoe we ook ons best doen om vooruit te kijken, we kunnen onmogelijk voorspellen wat er in deze eeuw zal gebeuren. Wat moeten onderwijzers dan doen? Hoe kunnen we zorgen dat leerlingen kunnen slagen in een wereld waarvan we niet weten hoe die er straks uitziet? Het antwoord is dat we weliswaar niet alle benodigde vaardigheden kunnen aangeven die in de toekomst nodig zijn, maar een aantal kennen we beslist wel. Als wij aan het begin van de 21e eeuw in staat zijn een klein, maar belangrijk aantal vaardigheden te benoemen en te onderwijzen, dan zijn de leerlingen in staat zich aan te passen aan gewijzigde omstandigheden in de 21e eeuw. Er zijn daarom vijf categorieën van 21e eeuw vaardigheden vastgesteld, die in twee groepen zijn opgedeeld: cognitieve en conatieve vaardigheden.

Cognitief:

Wat heeft een lerende nodig bij het verwerven van kennis?

Conatief:

Wat heeft een lerende nodig in de persoonlijke omgang met anderen en met zichzelf?

Bij handelen vindt u informatie over hoe praktisch aan de slag te gaan met de  cognitieve vaardigheid: analyse en gebruik van informatie als belangrijke voorwaarde voor het ontwikkelen van mediawijsheid.

De meest zichtbare manier waarop deze eeuw zich onderscheidt van de vorige, is de manier waarop informatie beschikbaar komt en hoe het wordt verspreid. Leerlingen kunnen zich niet ontwikkelen tot goede kritische denkers, als zij niet op de juiste manier kunnen focussen op wat belangrijk is, op welke digitale bronnen betrouwbaar en relevant zijn en op het herkennen en vermijden van argumenten die op denkfouten zijn gebaseerd. Ze kunnen ook hun eigen argumenten niet goed beoordelen, ontwikkelen of verdedigen als ze niet in staat zijn beredeneerde conclusies te trekken, stellingen te formuleren en daar de juiste ondersteuning voor te zoeken.

Binnen het kader van mediawijsheid, mediawijs zijn als 21e eeuw vaardigheid kunt u de volgende richtlijnen gebruiken voor het leren zoeken en vinden van informatie op het web. Bespreek dit met de leerlingen en pas het ook zelf toe.

1. Kijk bij het zoeken naar informatie naar de details en surf niet alleen maar van het één naar het ander: Je bent aan het browsen als je van de ene naar de andere site springt. Maak zo nodig een onderwerpenlijst voor de informatie die je zoekt en zie er op toe dat je die ook gebruikt.

2. Gebruik bij het zoeken meer websites: Dit betekent dat je in ieder geval gebruik maakt van sites van bibliotheken (van school of andere), van specifieke sites zoals Google Scholar, databases van wetenschappelijke instellingen en gespecialiseerde bureaus, zoals: http://www. meertens.knaw.nl

3. Maak een uitgebreide lijst van mogelijke trefwoorden die je kunt gebruiken: Hier moeten ook synoniemen (bijvoorbeeld niet alleen staatkunde maar ook politiek) in staan. Verder is het goed woorden te kiezen die met oorzaken of gevolg te maken hebben (sterilisatie bij het zoe- ken naar informatie over beperken van het aantal dieren). Gebruik ook woorden die met een deel van de zoekvraag te maken hebben (zoals ultraviolet in een zoektocht naar het zichtbaar spectrum). Je kunt ook zoeken naar een specifiek voorbeeld van een algemeen verschijnsel (gebruik ook de zoektermen Tsjernobyl en kernreactor als je zoekt naar de algemene effecten van radioactieve straling).

4. Zorg er voor dat de gevonden informatie relevant is voor je onderwerp: Hou je onderzoeksvraag er altijd bij. Als je niet in enkele zinnen uit kunt leggen wat het verband is tussen je vraag en de gevonden informatie, dan is die informatie waarschijnlijk niet erg relevant.

5. Zorg er voor dat de gevonden informatie van een deugdelijke en betrouwbare bron is: Weet wie de informatie verstrekt. Als de bron niet kan worden geïdentificeerd, gebruik de informatie dan niet. Kijk uit voor vooringenomenheid en verborgen doelen. Vraag je af of de bron baat heeft bij de publicatie van de informatie. Als bijvoorbeeld een bepaald medicijn wordt gepromoot, kijk dan of de verschaffer van de informatie meedeelt in de winst. In het algemeen gesproken zijn persoonlijke blogs en wiki’s niet betrouwbaar. Gebruik je verstand en kijk of de informatie serieus is of eerder in een roddelblad thuishoort. Het kan nooit kwaad een dubbelcheck te doen. Als je maar één bron kunt vinden, dan is die misschien niet betrouwbaar.

6. Lees de gevonden informatie en denk er over na: Het verzamelen alleen is niet genoeg. Zorg dat er geen tegenstrijdige zaken bij zitten en dat de gevonden informatie ook een ant- woord geeft op je vraag of dat die je stelling ondersteunt. Doe dat door regelmatig de vraag of stelling met de gevonden informatie te vergelijken.

7. De gevonden informatie kan voor veel leeswerk zorgen: Knip de hoeveelheid materiaal op in behapbare stukken. Onthoud dat je alles kunt lezen als je voldoende tijd hebt.

8. Houd bij het zoeken rekening met de complexiteit van je onderwerp: Zijn er meer gezichtspunten mogelijk? Zijn er meer invalshoeken waar je rekening mee moet houden? Realiseer je dat er niet altijd heldere en eenduidige antwoorden mogelijk zijn.

9. Het louter opsommen van feiten is niet hetzelfde als een grondig onderzoek: om een complex onderwerp goed te begrijpen, moet je naar de verschillende standpunten, toekomstige ontwikkelingen en dat soort zaken kijken en niet alleen naar de feiten. Je lengte, leeftijd, geslacht, adres en behaalde cijfers zijn bijvoorbeeld feitelijke gegevens, maar daarmee weten we nog niet wie je bent.

Tip:

Het Diploma Veilig Internet is een lespakket voor leerlingen van groep 5 t/m 8 in het basisonderwijs. Het doel van het lespakket is om kinderen bewuster te maken van hun handelen op internet en hen vaardigheden aan te leren om verantwoord met internet en digitale media om te gaan. Het lespakket is gratis te downloaden en biedt naast lesmaterialen en handleidingen, een online toets en een game.

Meer informatie: http://www.kennisnet.nl/diensten/diploma-veilig-internet/

 

Bespreek met je team aan de hand van onderstaande link hoe en wat jullie doen op school rond het thema mediawijsheid.

Met deze competentieniveaus van Kennisnet kun je zicht krijgen op de ontwikkeling van kinderen en bedenken wat er in de school nog georganiseerd moet worden rond de ontwikkeling van kinderen om mediawijs te worden.