Non-verbale representaties

Non-verbale representaties geven informatie niet weer in tekst, maar in de vorm van beelden, schema’s, via het voorstellingsvermogen, gebaren en zintuigen.

Dualcoding

Vanuit onderwijskunde en psychologie is de ‘dualcoding’ theorie voor het opslaan van informatie bekend. Deze theorie geeft aan dat kennis in twee vormen opgeslagen wordt; in een talige en in een visuele vorm. Op het moment dat iemand bijvoorbeeld het woord ‘boom’ zegt, dan zie je waarschijnlijk een boom voor je. Misschien in combinatie met de letters die het woord vormen. Deze visuele vorm kan overigens ook bestaan uit beelden in gedachten, maar ook uit fysieke ervaringen zoals geur, smaak, tast, bewegingen of geluid. En hoe meer we bewust gebruik maken van beide presentatiesystemen – het linguïstische en het niet-linguïstische systeem – hoe beter we kunnen nadenken over kennis en ons deze herinneren.

 

Onderwijs vaak talig

Onderzoeken tonen aan dat nieuwe kennis op school in eerste instantie nog steeds vaak op een linguïstische (talige) manier aan leerlingen wordt aangeboden: we vertellen hen iets over de nieuwe leerstof of we laten hen erover lezen. Probeer bij activiteiten een non-verbale representatie van kennis in de hoofden van leerlingen  teweeg te brengen. Dit kunt u op verschillende manieren aanpakken.

 

Hersenactiviteit stimuleren & verhogen

Dit betekent dat we het gewoonlijk aan leerlingen zelf overlaten een niet-linguïstische of non-verbale presentatie te maken. Als u leerlingen hierbij helpt, zijn de effecten op hun prestaties zeer groot. Er is zelfs aangetoond dat als u leerlingen bewust betrekt bij het maken van niet-talige presentatie van de kennis u hiermee de hersenactiviteit van leerlingen stimuleert en verhoogt.

 

Dieper begripsniveau

Het verwerken van informatie met non-verbale representaties, zorgt dat leerlingen tot een dieper begripsniveau komen. Vooral als leerlingen zelf betrokken zijn bij het maken van deze weergave, bereiken zij een dieper begripsniveau. Tekenen leerlingen bijvoorbeeld zelf een model van de waterkringloop, dan zullen ze dieper in de materie moeten duiken en het echt begrijpen, dan dat ze een kant-en-klare afbeelding aangereikt krijgen.

 

Uitgangspunten

Bij het toepassen van non-verbale representaties gelden twee uitgangspunten:

Verschillende wegen leiden naar Rome

Verschillende activiteiten brengen non-verbale representaties teweeg

Denk bijvoorbeeld aan:

  1. Creëren van grafische presentaties (superschema’s)
  2. Maken van modellen
  3. In gedachten genereren van beelden
  4. Tekenen van afbeeldingen en pictogrammen
  5. Deelnemen aan kinesthetische activiteiten

Bij handelen gaan we verder in op superschema’s.

Diepte verwerking

Non-verbale representaties moeten ‘diepte’ verwerking van kennis bevorderen.

‘Diepte’ verwerking van kennis betekent dat je na het verwerken van kennis in gedachten een model construeert over deze kennis en dat je deze vervolgens weergeeft in een non-verbale representatie (schema, model of tekening). Als leerlingen kennis op deze manier verwerken, begrijpen ze deze kennis veel beter en onthouden ze het ook veel eenvoudiger.

De kracht van diepteverwerking kan nog worden versterkt door leerlingen te vragen hun gedachten uit te leggen en te beargumenteren.

 

Superschema’s

Superschema’s zijn verschillende soorten schema’s die het denken van leerlingen kan ondersteunen. Of waarin zij kennis of informatie in weer kunnen geven. Zo’n Superschema combineert taal met symbolen zodat relaties en verbanden duidelijk zijn. Deze schema’s worden vaak gebruikt om kennis en/of informatie weer te geven. Wellicht kent u een aantal van deze schema’s.

 

Schema Toepassingsmogelijkheid
Boomdiagram om informatie te groeperen.

Boomdiagram om informatie te groeperen of classificeren.

 

  • U wilt een debat voeren over het belang van
    huiswerk. De leerlingen vullen eerst het boomdiagram in met voor- en tegenargumenten voor huiswerk.
  • In het boomdiagram maken leerlingen onderscheid tussen verschillende spelling categorieen.
  • Leerlingen maken een classificering in de plaatsen die zij bij topografie moeten leren.
  • Leerlingen maken onderscheid in verschillende typen breuken en noteren daar voorbeelden bij.

Laat kinderen ook eigen ordeningen aanbrengen. Dus dat leerlingen zelf categorieen bedenken en benoemen.

 

Volgorde schema om informatie te ordenen in de tijd (proces).
Volgorde schema om informatie te ordenen in de tijd (proces). De vakjes eronder zijn om sub-gebeurtenissen weer te geven.
  • Het werken aan verhaalsommen staat centraal. Alle leerlingen maken een tijdbalkpatroon van de stappen die hij zet
    om de som op te lossen. Vervolgens bespreken de leerlingen in een Tweegesprek op tijd hun aanpak.
  • Leerlingen vullen ter voorbereiding van het schrijven van een verhaal de Tijdbalkpatroon in. Dit kan ook door te tekenen.
  • Leerlingen tekenen in de Tijdbalkpatroon wat ze in hun spreekbeurt willen vertellen.
  • Leerlingen tekenen zelf een verhaal in de verschillende vakjes.
  • Tijdens het bekijken van een filmopname zet u af en toe even de film stil. Leerlingen leggen de belangrijkste zaken vast in hun Tijdbalk.
  • Om de voorkennis op te halen, maken leerlingen een Tijdbalkpatroon van de gebeurtenissen die plaatsvonden voorafgaand en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Venndiagram om 2 elementen te vergelijken en te kijken naar Overeenkomsten & Verschillen
Venndiagram om 2 elementen te vergelijken en te kijken naar Overeenkomsten & Verschillen

 

  • Leerlingen vergelijken wonen op het platteland met wonen in de stad.
  • Leerlingen vergelijken wonen in China met wonen in Nederland.
  • Leerlingen vergelijken zoogdieren met reptielen.
  • Leerlingen vergelijken 2 muziekstukken.
  • Leerlingen vergelijken 2 schilderijen of schilder stijlen met elkaar.
  • Leerlingen vergelijken in tweetallen wat zij in het weekend gedaan hebben.
  • Leerlingen gaan met elkaar in gesprek over zichzelf en noteren de overeenkomsten en verschillen.
  • Leerlingen vergelijken de uitkomsten van de tafel van 4 met de utkomsten van de tafel van 5.

Werkt u met echte voorwerpen of kaartjes om te plaatsen in het Venndiagram, maak dan bijvoorbeeld gebruik van 2 hoepels of 2 touwen om het Venndiagram te vormen.

 

Digitale Superschema’s

U kunt digitale Superschema’s maken met de volgende gratis tools op internet:

  • e-mindmap voor het maken van een MindMap
  • Popplet voor het maken van boomdiagram of een tijdbalkpatroon.

Verder kunt u uiteraard ook gebruik maken van Smart-Art in het officepakket.

 

Heden …

Op welke momenten maakt u gebruik van:

  • Superschema’s
  • (Schaal)modellen die leerlingen maken
  • In gedachten genereren van beelden
  • Tekenen van afbeeldingen en pictogrammen
  • Kinesthetische activiteiten

 

Toekomst …

Neem de les van morgen voor u. Welke mogelijkheden ziet u om een avn de activiteiten in te zetten om uw leerlingen aan de slag te laten gaan met non-verbale representaties:

  • Superschema’s
  • (Schaal)modellen die leerlingen maken
  • In gedachten genereren van beelden
  • Tekenen van afbeeldingen en pictogrammen
  • Kinesthetische activiteiten