Werkhouding

In een ideale wereld zou iedere leerling naar school komen met een hang naar kennis, een onstilbaar verlangen om te leren en vol hoop op succes. Uiteraard is dat niet altijd het geval. U als krachtige leraar beseft dat een positieve emotionele en fysieke gesteldheid de werkhouding en het leren in het algemeen ondersteunt. U streeft naar een betrokken werkhouding bij uw leerlingen door gebruik te maken van werkwijzen die zijn gebaseerd op breinprincipes. Dat staat in dit thema centraal.

Verschillende staten

Leerlingen verkeren regelmatig in verschillende staten. Een kortstondige emotionele toestand. Denk aan termen als boos, verliefd, alert, cynisch, nieuwsgierig. Er zijn staten die het leren ondersteunen (nieuwsgierig zijn, argwanend zijn, verbaasd zijn). Deze staten zorgen er dat de leerling alert is en gefocust op de aangeboden informatie. Er zijn meer staten die het leren belemmeren dan dat ze het ondersteunen. Denk aan boosheid, verveeld zijn, energiek zijn, moe zijn).

Directe invloed

Een krachtige leraar heeft geen directe invloed op motivatie of op attitude van leerlingen maar wel directe invloed op de staten waarin leerlingen verkeren. Een krachtige leraar checkt regelmatig in welke staat zijn leerlingen verkeren en voert daar actief invloed op uit.

Beter presteren

Hersenonderzoek, klinisch onderzoek en toegepast onderzoek op scholen wijzen uit dat leerlingen beter presteren als ze een goed gevoel hebben over zichzelf en over het leren. Basaal voor ieder leerproces is dat leerlingen trek in leren hebben. Ze moeten zowel fysiek als emotioneel klaar staan voor het leerproces. Dan zijn ze in de leerstaat dus in staat om te leren.

 

5 Emotionele gemoedstoestanden

 

Goede werkhouding

We onderscheiden 5 belangrijke emotionele gemoedstoestanden die een goede werkhouding bij leerlingen ondersteunen:

  1. Veiligheid; bij stress neemt het leervermogen af De leerlingen moeten zich veilig voelen – veilig om te leren, veilig om risico’s te nemen en veilig om te slagen.
  2. Er belang bij hebben; betrek leerlingen bij het leerproces en kom tegemoet aan hun basale behoeften  van competentie en autonomie Leerlingen moeten het gevoel hebben dat ze voldoende belang bij een bepaald vak hebben en zich betrokken voelen om er hard voor te willen werken.
  3. Verbondenheid; ook een basale behoefte waarbij positieve relaties met eraar en klasgenoten stressverlagend werken Leerlingen hebben behoefte aan een emotionele band met de leraar en/of hun hun klasgenoten.
  4. Oplettendheid; bewegingsactiviteiten verbeteren diverse hersenfuncties als concentratie, geheugen Leerlingen hebben behoefte aan de alertheid en mentale scherpte om op te letten en hun concentratie te behouden.
  5. Hoop; motiveert, leidt tot vastberadenheid en doorzettingsvermogen Leerlingen hebben hoop nodig. Hoop is even krachtig als welke andere genoemde gemoedstoestand dan ook. Het betekent: ‘Ik blijf proberen om te slagen, want je weet het maar nooit.’

 

Geen garantie op succes

Op zichzelf vormen deze 5 essentiële gemoedstoestanden geen garantie op succes met uw leerlingen. Zonder deze 5 hebben de leerlingen echter weinig of helemaal geen kans. Het goede nieuws is dat u invloed kunt hebben op deze gemoedstoestanden. Niemand wil beweren dat u de controle hebt over de emoties van uw leerlingen, maar een verandering in activiteit, een zachtere stem, overhoringen zonder leerlingen uit te sluiten en tal van andere werkwijzen helpen om de emotionele toestand van uw leerlingen te verbeteren. U bent geen slachtoffer van de stemming waarin uw leerlingen naar school komen. De Krachtige leraar maakt er een gewoonte en een prioriteit van om de emotionele toestand van zijn leerlingen te beïnvloeden en zelfs te sturen.

Onder het tabblad ‘Handelen’ staan suggesties om tegemoet te komen aan elk van de 5 bovenstaande gemoedstoestanden

 

5 Gemoedstoestanden

Praktische handelingssuggesties om tegemoet te komen aan de 5 gemoedstoestanden ter ondersteuning van een positieve werkhouding.

Veiligheid

  • Bespreek thema’s als “anders zijn”, tolerantie en respect.
  • Stimuleer dat leerlingen elkaar helpen.
  • Oefen met de klas het geven van complimenten.
  • Roei pesten uit.
  • Zeg zelf consequent “alstublieft” en” dank je wel”.
  • Stimuleer ouders om open met hun kind te praten over hoe ze zich voelen op school.

Belang erbij hebben

  • Hoe meer u leerlingen bevestigt , hoe meer u terug krijgt.
  • Verwelkom leerlingen bij binnenkomst in de klas.
  • Zeg iets aardigs wanneer het werk op tijd af is.
  • Bedank leerlingen wanneer ze hun vinger opsteken en dus actief meedoen.
  • Leer leerlingen leervaardigheden zoals ezelsbruggetjes, aantekeningen maken.
  • Maak een koppeling tussen de lesstof en de eigen waarden en normen.

 

Verbondenheid

  • Vertel iets persoonlijks over u zelf.
  • Organiseer emotionele activiteiten als een wedstrijdje, toneelspel, interviews.
  • Laat leerlingen meer over elkaar te weten komen door gebruik van klasbouwers, teambouwers, coöperatieve werkvormen.

Voorbeeld van een Klasbouwer: ‘Zoek iemand die’

  1. Iedere leerling heeft een invulblad met meerdere persoonlijke onderwerpen er op die beantwoord worden met de zin:  zoek iemand die…. een hond heeft, …voetbalt, …een broertje heeft, ……die ver weg van school woont.
  2. De leerlingen lopen rond met invulblad en pen.
  3. Leerlingen zoeken gesprekspartner.
  4. Leerling A vraagt 1 onderwerp van het vel bijv. “Heb jij een hond?”.
  5. Leerling B geeft antwoord. Bij “Ja”  zet leerling A de naam van leerling B onder het onderwerp. Bij “Nee” zegt leerling B: “Ik heb geen hond, maar wel een kat of een broertje”. Dan zet leerling A de naam van leerling B bij dat thema.
  6. Rollen wisselen.
  7. De leerlingen bedanken elkaar en zoeken nieuwe partner en herhalen de stappen.

In deze opname ziet u ook de Klasbouwer ‘Zoek iemand die’.

 

Oplettendheid

U kunt de aandacht van uw leerlingen stimuleren met bewegingsactiviteiten. Bijvoorbeeld door

  • eventjes gaan staan;
  • energizers, onder leiding van de leraar en/of de leerlingen;
  • nieuwe tijdelijke groepjes, coöperatief leren, werken in tweetallen;
  • pak aansprekende voorbeelden en thema’s voor de leerlingen;
  • het gebruik van vrolijke muziek;
  • spelletjes, wedstrijden, activiteiten;
  • een korte wandeling door de klas;
  • boeiende en uitdagende vragen stellen

Voorbeeld Energizer: ‘Ballon in de lucht’

  1. De leerlingen staan in een kring
  2. De leerlingen houden elkaars hand vast
  3. Er wordt een ballon in de kring gegooid en deze mag niet op de grond komen
  4. Leerlingen houden de ballon inde lucht zonder elkaar los te laten
  5. Maak het moeilijker door nog een ballon inde groep te gooien

 

Hoop

  • Besteed aandacht aan behaalde doelen, al zijn ze nog zo klein.
  • Communiceer uw hoge verwachtingen over uw leerlingen openlijk en expliciet.
  • Geef het goede voorbeeld als rolmodel. Als de leerlingen zien en horen dat u positieve verwachtingen koestert over de toekomst, zal dat vanzelf op hen overslaan.
  • Draag optimisme uit.

 

 

Actiepunt / stelling  nooit————————————– vaak

1——-2——-3——-4——-5——-6——-7

Ik geef complimenten
Ik organiseer wedstrijdjes
In mijn les mogen leerlingen regelmatig bewegen
Ik verwelkom leerlingen bij de deur
Ik accepteer pestgedrag
Ik praat met ouders over het stimuleren van de werkhouding van hun kind
Ik voer energizers uit
Ik check consequent hoe de klas “er bij zit”
Ik bedank leerlingen wanneer ze actief mee doen in de les
Ik stimuleer dat leerlingen elkaar helpen
Ik bespreek doelen met de leerlingen
Ik draag positieve verwachtingen uit
Ik vertel persoonlijke dingen over me zelf
Ik besteed aandacht aan leervaardigheden
Ik bevestig leerlingen
Ik zet teambouwers en klasbouwers in