Behoefte onder gedrag

In de ideale wereld zou iedere leerling naar school komen met een hang naar kennis en een onstilbaar verlangen om te leren en om succes te hebben. Het liefst in samenwerking met anderen. Dat is natuurlijk niet altijd het geval. Ook leerlingen hebben er soms geen zin in, zijn tegendraads, balen. Leerlingen hebben steun en controle nodig op hun emotionele toestand om het leerproces goed te doorlopen . Zonder die steun en controle kunnen ze gedemotiveerd  raken en afhaken. Leerlingen kunnen dan orde verstorend gedag gaan vertonen.

5 Primaire emotionele toestanden

Er zijn 5 primaire emotionele toestanden nodig om leren mogelijk te maken:

De leerling moet …

  1. zich veilig voelen
  2. belang hebben bij de nieuwe leerstof
  3. zich verbonden voelen met de klas en de leraar
  4. fysiek in staat zijn alert te zijn
  5. hoop hebben; hoop op ontwikkeling

Een krachtige leraar houdt de emotionele toestand van zijn leerlingen continu in de gaten en zal daar proactief op inspelen door rekening te houden met de 5 primaire emotionele gemoedstoestanden. Onder het onderdeel handelen worden concrete suggesties gedaan om deze 5 principes in de praktijk toe te passen.

 

Wat er onder zit…

Van belang is dat de leraar niet alleen oog heeft voor het gedrag dat aan de oppervlakte verschijnt (friemelen, door de klas lopen, hardop gapen, schelden, schreeuwen, spullen afpakken) maar ook oog heeft voor wat er achter dat zichtbare (orde verstorend)gedrag zit.

Indien er sprake is van orde verstorend gedrag dan accepteert de sterke leraar dat niet en zal hij daar tegen optreden. Maar daarbij heeft hij ook aandacht voor de positie waarin een kind zich bevindt en welke behoefte het kind wil bevredigen. De leraar wil het kind leren om in de toekomst zijn behoeften op een verantwoordelijke (niet orde verstorende manier) te bevredigen.

Wat zit er onder de waterspiegel?  Zie model van Mc Celland

ijsberg

Boven de waterlijn

Vertaald naar de leerlingen kunnen we zeggen dat het orde verstorend gedrag (zoals medeleerling uitschelden, praten tijdens instructie) zichtbaar boven de waterlijn bevindt. Dat gedrag komt voort uit de positie waar een leerling zit (bijv. boos zijn, energiek zijn) en die positie is gebouwd op een behoefte die het kind heeft (ongenoegen willen uiten, willen bewegen).Belangrijk is dat de leraar probeert zo objectief mogelijk te kijken naar gedrag. Dat betekent dat hij de persoon niet veroordeelt of normatief benadert maar dat het gedrag wordt afgekeurd.Daarnaast zal de leraar moeten weten vanuit welke posities gedrag voorkomt en welke behoeften daar aan ten grondslag liggen.

Tabel: Gedrag-Positie-Behoefte

Gedrag (Wat doen ze) Positie (wat zit er achter) Behoefte (wat willen ze bereiken)
Door de klas rennen, spullen omstoten, op ramen kloppen Energiek zijn Behoefte aan bewegen, aanraken, expressief zijn
Schelden, spullen gooien Boos zijn Ongenoegen uitdrukken
Huiswerk niet af hebben, toets niet invullen, ziek melden Falen vermijden Je succesvol voelen
Taken weigeren, taak anders uitvoeren dan volgens instructie Controle willen Voelen dat je mensen en zaken kunt beïnvloeden
Gillen, expres vallen, spullen hard neergooien, snel huilen Aandacht vragen Voelen dat anderen om je geven
Gapen, wegstaren, tikken op tafel Verveeld zijn Gemotiveerd zijn, gestimuleerd worden
Spullen vergeten, op de verkeerde blz. zijn, grof taalgebruik, ruw   spelen Onwetend zijn Weten hoe je op een verantwoordelijke manier met anderen om gaat

 

Ontwikkelkans

Een krachtige leraar ziet daarmee orde verstorend gedrag niet alleen als oppervlakkig gedrag en dus lastig voor de uitvoering van het leerproces. Hij ziet het ook als ontwikkelingskans voor de leerling om in de toekomst zijn behoeften op een meer verantwoorde manier te leren vervullen.

3 fasen

Daarvoor door loopt de krachtige leraar drie fasen:

  1. (H)erkennen van de leerling (oog hebben voor de behoeften onder het gedrag en in kunnen leven in de leerling)
  2. Samen op lossen (samen met de leerling wordt gekeken hoe hij zijn behoeften op een meer verantwoorde manier kan vervullen. Wanneer de leerling deelgenoot is van het bedenken van de oplossing is de kans groter dat hij zich er ook gaat houden)
  3. Verantwoordelijkheid; de leraar kijkt niet alleen of het orde verstorend gedrag is gestopt maar ook of hij de leerling bagage voor verantwoordelijk gedrag heeft meegegeven.

Gebruik maken van …

Om het orde verstorend gedrag te reguleren kan de leraar gebruik maken van:

  • preventieve acties (voorkomen van orde verstorend gedrag)
  • directe aanpak structuren (directe reacties bij orde verstorend gedrag)
  • vervolg acties (nagesprekken en afspraken)

Onder het kopje handelen treft u praktische toepassing aan.

Tegemoet komen aan emotionele toestanden

Handelingssuggesties om tegemoet te komen aan de emotionele toestanden om leren mogelijk te maken:

  1. De leerling moet zich veilig voelen: stimuleer tolerantie en respect en accepteer nooit pesten, surveilleer en reageer bij wantoestanden, praat veel met ouders over het lesverloop in de klas, gebruik regelmatig klas- en teambouwers zoals bijvoorbeeld:
    Zoek de Valse’

    • Leerlingen zitten in groepjes van 4 personen
    • Leerling bedenkt drie stellingen over zich zelf
    • Leerling noemt de stellingen in de groep
    • De andere groepsleden bepalen voor zich zelf welke stelling niet klopt
    • De andere groepsleden bespreken samen welke stelling ze denken dat niet klopt
    • De andere groepsleden geven hun idee terug aan de leerling
    • De leerling geeft aan of de andere groepsleden het bij het rechte eind hadden.
  2. De leerling moet belang hebben bij de nieuwe leerstof: verwelkom de leerlingen bij de les, geef bevestigingen, bedank leerlingen voor het opsteken van hun vinger, vraag per lesonderwerp naar de eigen waarden en doelen van de leerlingen.
  3. De leerling moet zich verbonden voelen met de klas en de leraar: vertel wat over u zelf, laat leerlingen regelmatig persoonlijke informatie delen door team-klasbouwers, organiseer activiteiten die emoties opwekken bijv. moppentrommel, wedstrijdje
  4. De leerling moet fysiek in staat zijn alert te zijn: zorg voor beweging in uw klas door Staan-zitten (eens? ga je staan-oneens? ga je zitten) opdrachten, of bijvoorbeeld  ‘Hoeken‘:
    • De leraar stelt een vraag waar leerlingen uit 4 antwoorden moeten kiezen (bijv. welk seizoen vindt je het leukst; zomer, herfst, winter, lente)
    • Leerling schrijft zijn / haar keuze op zonder dat de ander dat ziet
    • Leerling loopt naar “de Hoek” van keuze (bijv. met afbeeldingen van ieder seizoen)
    • Leerlingen overleggen in “de Hoek” met elkaar over de gemaakte keuze
    • De groepsideeën worden klassikaal gedeeld.
  5. De leerling moet hoop hebben; hoop op ontwikkeling: laat leerlingen positieve doelen opstellen, successen delen, straal zelf hoop en positivisme uit, communiceer hoge verwachtingen

 

Omgaan met ordeverstorend gedrag

Handelingssuggesties voor omgaan met orde verstorend gedrag:

Preventieve acties

Preventieve acties (voorkomen van orde verstorend gedrag door tegemoet te komen aan posities van leerlingen):

  • sta bij de deur en heet leerlingen welkom (positie aandacht willen),
  • laat leerlingen bewegen (positie energiek zijn),
  • vraag leerlingen hoe zij een activiteit graag georganiseerd zien (positie controle willen),
  • regel een time out voorziening (positie boos zijn),
  • vraag terug of de leerling de afspraak in eigen woorden kan herhalen (positie onwetend zijn)

Directe aanpak structuren

Directe aanpak structuren (directe reacties bij orde verstorend gedrag)
Voorbeeld: ‘Taal van de keuze’

  1. benoem het orde verstorend gedrag dat u observeert : “Jeffrey, ik zie dat je steeds uit Word gaat en op internet springt, dat is niet de afspraak”
  2. benoem het verantwoordelijke gedrag: ”Het is de bedoeling dat je in Word een brief opstelt”
  3. biedt de leerling keuze: “Ik wil met je afspreken dat je mag kiezen. Of je werkt op de computer en je gaat niet meer naar internet of je zet de computer uit en je schrijft de brief met een pen”.
  4. stimuleer het vertonen van verantwoordelijk gedrag: “Ik weet zeker dat je een goede keuze kan maken”.
  5. accepteer de keuze van de leerling

 

Vervolgacties

Vervolg acties (nagesprekken en afspraken)
Hierbij kunt u denken aan:

  • Kennismaking gesprek met de leerling
  • Ouder gesprekken
  • Opstellen gedragscontract
    Voorbeeld: ‘Te goed bonnen’:

    1. bespreek het orde verstorend gedrag met de leerlingen (VB extreem veel vragen en bevestiging halen bij de leraar)
    2. erken dat de leerling het moeilijk vindt om zich verantwoordelijk te gedragen. Benoem daar bij de posities waar u denkt dat de leerling in zit. “Ik begrijp dat je heel vaak wilt weten of je het goed doet, ik wil ook wel eens weten of ik goed zit.” (Positie Falen vermijden), “Je doet het ook goed en daarom wil ik je helpen je twijfel te laten verminderen”.
    3. bespreek met de leerling hoe vaak hij denkt zijn gedrag te moeten vertonen. “Je weet dat je niet constant kan vragen of je het goed doet. Hoeveel keer in 1 uur denk je dat je het moet vragen om je toch nog goed te voelen”?
    4. geef tegoed bonnen voor het aantal keer dat de leerling het orde verstorend gedrag mag vertonen
    5. bij ieder orde verstorend gedrag levert de leerling een te goed bon in
    6. evalueer met de leerling hoe het is gegaan en pas het aantal te goed bonnen aan. Bouw uiteindelijk het aantal te goed bonnen af.

 

 

Wat geldt voor u?

 

 

Nooit…………………………Altijd
1 2 3 4 5
*Ik reageer op pestgedrag
*Ik heet leerlingen welkom bij de deur
*Ik heb oog voor de behoeften van leerlingen
*Ik doe kennismakingsaciviteiten in de les
*Ik straal hoop en positiviteit uit
*Ik heb oudercontact wanneer er problemen zijn
*Ik bedank wanneer leerlingen hun vinger opsteken
*Ik heb oudercontact wanneer het goed gaat
*Als leerlingen hun werk af hebben zeg ik iets aardigs
*Ik praat over mezelf met de klas
*Ik maak opdrachten persoonlijk voor de leerlingen
*Ik doe emotie activiteiten als moppentappen, wedstrijdjes etc
*Ik doe bewegingsactiviteiten of opdrachten in de les
*Ik wissel leerlingen regelmatig van groep
*Ik wandel met mijn klas