Differentiëren

Gedifferentieerd werken in de onderbouw. Een beredeneerd aanbod vanuit onderwijsbehoeften en doelen in groep 1/2.

Kleuterklassen zijn altijd heterogeen samengesteld, ook al werkt u met groep 1 of 2. Kinderen van een bepaalde leeftijdscategorie zitten samen in een klas maar bevinden zich op de diverse ontwikkelingslijnen op zeer verschillende plaatsen. Deze groepssamenstelling vraagt dus al om een gedifferentieerd onderwijs aanbod. Naast het aanbod hebben kinderen ook verschillende onderwijsbehoeften en vragen van de leerkracht dat het een aanpak vraagt die kinderen uitdaagt en motiveert tot leren. Altijd passend bij de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt en aansluitend bij de interesses van de kinderen.

Kleuterleerkrachten bemiddelen tussen hoe kinderen leren en wat ze moeten leren.  Wat kinderen moeten leren is vastgesteld door de overheid, hoe kleuters leren is onderzocht in de ontwikkelingspsychologie. Wanneer u hier als leerkracht kennis van neemt, kunt u vanuit diverse invalshoeken kijken naar het jonge, lerende kind in de groep. Inzicht in de ontwikkelingspsychologie zorgt er dus voor dat u zich als leerkracht sterker, kundiger en vaardiger voelt in een kleuterklas.

Het draagt bij aan een gedegen en onderbouwd onderwijsprogramma passend bij de verschillende fases waar de kinderen inzitten.

Een didactisch groepsoverzicht helpt om inzicht te krijgen in de onderwijsbehoefte van de kinderen. Het stelt u ook in staat om de groep kinderen voor diverse ontwikkelingsgebieden in te delen in drie groepen. Een groepsplan helpt om voor deze drie groepen gerichte doelen te stellen, er inhoud aan te geven en de juiste aanpak te kiezen. Het stelt u ook in staat om te reflecteren op eigen handelen en de middelen die ingezet zijn om dit doel te behalen.

Een kleuterklas die rijk, thematisch en vanuit verwondering is ingericht heeft al heel veel doelen in zich. Het zorgt automatisch voor differentiatie. Het jonge kind kan op eigen initiatief en vanuit innerlijke motivatie tot spel komen. Door bewust te zijn van deze doelen binnen de speelleeromgeving en er een opbouw in moeilijkheid in aan te brengen laat u de groepsruimte voor u werken. Het stelt een jongste kleuter in staat om bijvoorbeeld manipulerend spel te spelen en daagt een kind dat zich, qua spel, verder heeft ontwikkelt uit tot rollenspel.

Houdt er bij het beschrijven van activiteiten gekoppeld aan doelen in het groepsplan rekening mee dat het werken in een kleine kring een groter effect heeft dan het werken in een grote kring. In de kleine kring is er meer ruimte voor gerichte instructie voor die leerlingen die instructiegevoelig of instructieafhankelijk zijn en is er meer interactie mogelijk.

Om de doelen in een groepsplan te realiseren is het van belang om naast een krachtige leeromgeving, de juiste materialen, een sterk pedagogisch klimaat en goed klassenmanagement te werken met een instructiemodel om vorm te geven aan de lessen. Bij reflecteren vindt u een aantal stappen van een instructiemodel die u kunt gebruiken in uw eigen lessen.

School aan zet heeft een pdf beschikbaar over Opbrengstgericht werken bij kleuters waarin tal van voorbeelden staan hoe gedifferentieerd werken in de onderbouw vormgegeven wordt op een aantal scholen.

Bij collegiale consultatie kunt u gebruik maken van onderstaande kijkwijzer om gericht naar verschillende fasen in de les te kijken en te reflecteren op uw handelen.

Start van de les:

De voorkennis die voor deze activiteit van belang is wordt opgehaald

De start is handelend, prikkelend en spelmatig:

Er is concreet materiaal:

Het doel wordt benoemd:

 

Instructie:

De instructie is kort:

De leerkracht doet voor:

De leerkracht denkt hardop:

De leerkracht stelt vragen

De leerkracht benoemt aanpakstrategieën:

 

Samen doen en zelfstandig uitvoeren:

De leerkracht geeft een duidelijke opdracht

De leerkracht maakt onderscheid in de begeleiding die de kinderen krijgen

 

Evaluatie:

De leerkracht controleert of het lesdoel is gehaald

De leerkracht geeft feedback (persoonlijk en/of aan de groep)