Doelen stellen & Feedback geven

Doelen stellen & Feedback geven is niet voor niets aan elkaar gekoppeld. Zonder duidelijke doelen kunt u geen feedback geven.

De gemiddelde score in groepen waar effectief wordt gewerkt met het stellen van doelen, ligt hoger dan de gemiddelde score in groepen waar men niet met het stellen van doelen werkt (uit onderzoek van Lipsey & Wilson, 1993).

De krachtigste aanpassing die prestaties verbetert, is feedback. Het eenvoudigste recept voor de verbetering van onderwijs is massa’s feedback (Hattie, 1992).

Gekoppeld

‘Doelen stellen’ en ‘Feedback geven’ is nauw aan elkaar gekoppeld. Met het stellen van een doel geeft u richting aan het leerproces. Met feedback geeft u een leerling informatie over zijn vorderingen in het behalen van het leerdoel.

Doelen stellen

Met het stellen van een doel geeft u richting aan het leerproces.

Een doel geeft altijd aan wat een leerling moet kunnen. Als het doel voor de leerling duidelijk is, helpt het de leerling zich te focussen. Leerlingen leren het meest, wanneer ze weten wat het doel is (het waarom!) van een specifieke les of een leeractiviteit.

Als u aan de leerling de opdracht geeft een rijtje sommen te maken (activiteit) is het van belang dat de leerling weet wat hij leert met het maken van deze sommen (het plaatsen binnen een context).

Uit het onderzoek van Marzano (2003) naar het stellen van doelen, komen 3 uitgangspunten naar voren:

  1. Didactische doelen beperken het aandachtspunt van leerlingen.
    Het stellen van doelen heeft een negatief effect op andere resultaten dan die in de doelen zijn opgenomen. Dit fenomeen doet zich voor omdat het stellen van een doel zoveel aandacht van de leerling vraagt, dat hij informatie negeert die niet aan het doel verbonden is. Dit onderstreept het belang van de juiste doelen stellen!
  2. Didactische doelen mogen niet te specifiek zijn.
    Fraser en anderen (1987) constateerden dat doelen op gedragsniveau te specifiek zijn. Hoe specifieker leerdoelen gesteld worden, hoe minder groot het effect van het stellen van doelen.
  3. Leerlingen moeten worden aangemoedigd de doelen van de leraar te verpersoonlijken.
    Belangrijk is dat leerlingen worden gestimuleerd de doelen in de klas op te nemen binnen hun eigen persoonljike behoeften en wensen bijvoorbeeld in subdoelen. Dit is een van de redenen waarom doelen niet te specifiek en in mate van gedrag opgesteld mogen worden.

Bij handelen krijgt u suggesties om in uw klas aan de slag te gaan met het stellen van doelen.

Feedback geven

Met feedback kunt u een leerling laten nadenken over zijn eigen leerproces en het resultaat.

Het geven van feedback is één van de meest krachtige instrumenten waarmee u de prestaties van leerlingen kunt verbeteren (Marzano, 2003). De belangrijkste functie van feedback, is aan de leerling duidelijk maken wát er goed of minder goed gaat. Een toets met alleen een goed of fout score heeft zelfs een negatieve invloed op de vervolgprestaties.

Als u door het geven van feedback de leerling inzicht kunt geven in het waarom van een goede of minder goede prestatie, dan heeft dit een positieve invloed op de vervolgprestatie van de leerling.

Effectieve feedback staat altijd in directe relatie met het eerder gestelde doel!

Ook voor het geven van feedback gelden 3 uitgangspunten (Marzano, 2003):

  1. Feedback moet ‘corrigerend’ van aard zijn.
    De conclusies van Bangert-Downs, Kulik, Kulik en Morgan (1991) over soorten feedback bevatten een aantal sterke suggesties voor het onderwijs. Leerlingen gewoon vertellen dat hun antwoord goed of fout is, heeft een negatief effect op hun prestaties. Leerlingen het goede antwoord geven, heeft een middelmatig effect. De beste feedback bevat een uitleg over wat goed en fout is aan het antwoord van de leerling. Leerlingen vragen aan een taak te blijven werken tot het lukt, lijkt de prestatie ook te verbeteren.

    Aandachtspunt Aantal effectgroottes Gemiddelde effectgrootte Percentiele toename
    Goed/fout antwoord  6  -0.08  -3
    Juist antwoord aangeven  36  0,22  9
    Herhalen tot het goed is  4  0,53  20
    Uitleg  9  0,53  20
  2. Feedback moet op tijd komen.
    De timing van feedback lijkt cruciaal voor de effectiviteit ervan (Bangert-Downs e.a. , 1991). Over het algemeen geldt dat hoe later de feedback, hoe minder verbetering zichtbaar is in prestatie. Feedback kan het best dorect na een toetssituatie gegeven worden.
  3. Feedback moet specifiek voor een criterium zijn.
    Het is belangrijk feedback te baseren op criteria in plaats van op normen.

    • Feedback gebaseerd op normen zegt iets over de prestaties van de leerling ten op zichte van andere leerlingen, maar zegt niets over hun prestaties.
    • Feedback gebaseerd op criteria geeft de leerling informatie over waar hij of zij staat voor wat betreft een specifiek leerdoel.

Bij handelen krijgt u suggesties om in uw klas aan de slag te gaan met het geven van feedback.

 

Doelen stellen

  1. Maak onderscheid tussen leerdoelen en leeractiviteiten of opdrachten
    Activiteiten zijn de dingen die leerlingen doen. Het zijn de middelen waarmee de doelen worden bereikt.
    Een leerdoel is een beschrijving van een gewenst leerresultaat, de kennis of vaardigheid die leerlingen zich eigen maken.
    Meestal kunt u een leerdoel als volgt formuleren:

    • De leerlingen zijn in staat om/kunnen … (bij vaardigheden, strategieen en processen)
      of
    • De leerlingen begrijpen/kennen/weten … (bij kennis)
  2. Zorg dat leerlingen het leerdoel kennen
    Op het moment dat leerlingen het leerdoel kennen waar zij aan werken, verhoogt dit de focus. U kunt het leerdoel op verschillende manieren onder de aandacht brengen:

    1. vertel het leerdoel aan de leerlingen (op hun niveau)
    2. laat de leerlingen het leerdoel aan elkaar herhalen via een coöperatieve werkvorm
    3. zorg dat het leerdoel zichtbaar is in de klas
    4. breng de ouders op de hoogte van het leerdoel door het in de nieuwsbrief te zetten of door het leerdoel in spiegelschrift op het raam te noteren
    5. vraag de leerlingen tijdens een activiteit ‘wat ben je aan het leren?’
  3. Laat leerlingen eigen leerdoelen bepalen
    Om leerlingen goed bij de leerdoelen te betrekken, kunt u leerlingen uitnodigen aan te geven wat zij interessant vinden aan het onderwerp dat centraal staat. Stel u heeft als leerdoel dat leerlingen het belang van een goed ontbijt begrijpen. Dan kan het dat leerlingen hier eigen vragen bij hebben. Deze kunt u gebruiken om samen met hen een persoonlijk leerdoel te maken. Een leerling die bijvoorbeeld opmerkt dat pappa of mamma altijd zonder ontbijt naar zijn werk gaat, wil misschien wel weten wat er gebeurt als je niet ontbijt.

Feedback geven

Feedback wordt vaak gezien als iets dat leerlingen ontvangen nadat zij hun taak afgerond hebben. Belangrijk is te bekijken hoe u voordat de taak afgerond is, een leerling al van feedback heeft kunnen voorzien.

Formatieve evaluatie houdt nauw verband met feedback. Formatieve evaluatie vindt plaats op het moment dat leerlingen nieuwe kennis of vaardigheden opdoen. Dit in tegenstelling tot summatieve evaluatie waarbij leerlingen aan het eind van een leerervaring feedback ontvangen.

Een vergelijking:

  • Formatieve evaluatie = de kok proef te soep
  • Summatieve evaluatie = de klant proeft de soep

Het is dus belangrijk al zo snel mogelijk tijdens het werken aan een leerdoel feedback te geven. Dit hoeft niet altijd alleen door u te gebeuren, maar kan ook doordat leerlingen elkaar feedback geven. Op deze manier leert niet alleen de leerling die feedback ontvangt, maar ook de leerling die feedback geeft.

 

Welke uitspraken zijn voor u van toepassing?

Doelen stellen

  • Ik bepaal de leerdoelen voor een bepaald vak voor een langere periode
  • Ik stel doelen op basis van vorderingen van de leerlingen
  • Ik stel ook doelen samen met de leerling op
  • Ik vertaal de doelen die in een handleiding staan naar het niveau van mijn leerlingen (“kindproof”)
  • Ik  moedig mijn leerlingen aan om de algemene doelen te verpersoonlijken

Feedback geven

  • Ik  geef feedback op vooraf gestelde doelen
  • Ik  geef feedback aan leerlingen, waarbij duidelijk is wat ze goed doen en wat niet.
  • Ik geef feedback op basis van een vooraf aangegeven criterium