Inrichting lokaal

Leerlingen brengen van kleuterklas tot eindexamen ongeveer 13.000 uur door op school. De schoolomgeving houdt de leerlingen niet alleen droog en warm maar doet veel meer voor ze. De fysieke omgeving en zo ook de inrichting van het klaslokaal heeft sterke invloed op de ontwikkeling van hersenen.

Invloed op het Brein

We nemen de fysieke omgeving waar met onze zintuiglijke ontvangstkanalen (ogen, oren, neus en tong). De fysieke omgeving kan het brein fysiek veranderen en die veranderingen kunnen grote effecten hebben op het leren, de gezondheid, de cognitie en het gedrag. Een prettige inrichting van het lokaal in al zijn dimensies is van groot belang ter ondersteuning van het leerproces. Iedere leraar dient bijvoorbeeld alert te zijn op de luchtkwaliteit, akoestische kwaliteit, verlichting en temperatuur. Als het brein negatieve signalen (bijv. te warm, droge lucht, te fel licht) ontvangt uit de fysieke omgeving ervaart het brein dat als een bedreiging en gaat het over op de overlevingsstand. Er is  geen aandacht meer voor het leerproces.

 

Recept voor zwakke leerprestaties

Verkeerde luchtkwaliteit kan leiden tot geïrriteerde ogen, neus, en keel, infecties van de luchtwegen, misselijkheid , duizeligheid, hoofdpijn, vermoeidheid. Kortom een recept voor zwakke leerprestaties.

Geluidsoverlast door verkeer, gehorige lokalen, lawaaiige verwarmingssystemen of waterafvoer verstoort het leren

Goede verlichting in het lokaal is essentieel voor concentratie en leerprestaties. Met name zonlicht heeft een positieve invloed op leren. Uit onderzoek blijkt dat lees- en rekenprestaties met 15 tot 25 % omhoog gaan wanneer het lokaal goed is verlicht (Heschong Mahone Group , 2008)

 

Temperatuur

Temperatuur heeft direct invloed op het leerproces. Onderzoek wijst uit dat begrijpend lezen afneemt wanneer de kamertemperatuur boven 23,3 graden uitkomt. Rekenvaardigheden nemen af bij een tempartuur hoger dan 25 graden. Typefouten nemen met 74% toe wanneer de temperatuur onder de 18 graden is. Leerlingen gedijen het best in een lokaal met de kamertemperatuur tussen de 20 en 22 graden.

 

Ruimte

Leerlingen hebben ruimte nodig. U weet dat zo gauw het brein bedreiging voelt,het is gericht op overleven en niet op het leerproces. Wanneer leerlingen in een te kleine, volgepropte, benauwde ruimte zitten wordt dit overlevingsprincipe getriggerd. Leerlingen hebben ruimte, minimaal 1m2, nodig om zich veilig te voelen. Er is minder kans op ongelukken, pesterijen en een gevoel van benauwdheid. Bewegende activiteiten stimuleren het leerproces . Ook  daarom is ruimte nodig in ieder lokaal.

Dienend voor leerproces

Het klaslokaal is een leerplek, geen huiskamer. De inrichting is dienend voor het leerproces. Afleidende posters (zeker met agressieve of uitdagende inhoud) werken belemmerend.

Planten

Uit onderzoek blijkt dat mensen die computertaken verrichten in een ruimte met planten 12% productiever en minder gespannen zijn dan collega’s die dezelfde taken verrichten in een ruimte zonder planten.

 

Kleur

Welke kleur is het beste om in te werken? In zijn algemeenheid hebben kleuren de volgende effecten:

  • Gele kleuren zijn goed voor concentratie en mentale activiteiten.
  • Turkoois is een kleur die creativiteit en communicatie bevordert.
  • Rood maakt onrustig en is meestal geen geschikte kleur voor uw klas, behalve wanneer u uzelf  of de leerlingen wilt ‘opzwepen’ of activeren.
  • Blauw is rustgevend.
  • Groen geeft rust.
  • Koningsblauw voedt uw intuïtie.
  • Oranje stimuleert creativiteit en energieke activiteit.

 

Muziek

Ook muziek heeft effect. Zo gaat er een rustgevend werking uit van muziek met 60 BPM (beats per minuut).Muziek met tekst kan afleiden zeker wanneer de leerlingen de teksten (her)kennen. Instrumentaal is een beter alternatief.

Het lokaal verdient dus alle aandacht. Daar vindt een groot deel van het leerproces plaats en in een positief en breinvriendelijk ingericht lokaal wordt meer geleerd.

Krachtige leraar

Een krachtige leraar zorgt voor:

  • alertheid op signalen van leerlingen in relatie tot de omgevingsinvloeden (te warm, droge lucht etc.)
  • een luchtvochtigheid tussen 30% en 70% afhankelijk van de luchttemperatuur (in de winter staat de kachel aan, zorg dan voor een hogere luchtvochtigheid; denk aan bakje wat de radiator bijvoorbeeld)
  • toegankelijkheid van drinkwater voor leerlingen
  • een optimale akoestiek om te luisteren door bijv. 1 geluidsbron toe te staan bij instructie
  • geluidsabsorberend materiaal tegen omgevingsgeluid
  • kleurige wanden, positieve kleuren
  • temperatuur rond 20-22 graden
  • flexibele werkplekken (bureaus, statafels, bewegen)
  • passende achtergrond muziek (60BPM zoals “Music for the mind”, Gary Lamb)
  • alertheid op een ordelijke, rustgevend leeromgeving in en buiten het lokaal
  • een veilige leeromgeving (geen obstakels met uitstekende randen, open contactdozen etc.)
  • minimaal 1 m2 ruimte per leerling
  • helder en goed verlichte lokaal (niet te fel licht)

 

Speelleerhoeken

In de onderbouw is in de speelleerhoeken, door het hele schooljaar heen, een variatie aan spelmateriaal te vinden dat aansluit bij het ontwikkelingsniveau van het kind op dat moment.

Bijvoorbeeld:

  • om de motorische vaardigheid van de leerlingen te stimuleren zorgt u er voor dat in de huishoek materialen met verschillende sluitvormen liggen.
  • bij een kringactiviteit gebruiken de leerlingen bij hun verhaal, de materialen die rondom hen aanwezig zijn.
  • om de logische denkontwikkeling te stimuleren zet u bijvoorbeeld een weegschaal in de winkel.

 

Functionele inrichting

Het lokaal is geen showroom maar de spullen die in het lokaal aanwezig zijn dienen functioneel te zijn en bijdragen aan ontwikkeling van kinderen. In de onderbouw werkt u ook met de thematafel en / of de informatiemuur. Over de informatiemuur kunt u ook meer te weten komen bij het onderwerp inrichting , handelen, bovenbouw.

 

  Nooit                                         Vaak
1 2 3 4 5 6 7
*Ik zorg voor frisse lucht in mijn lokaal              
*Ik pas de inrichting van mijn lokaal aan het thema.              
*Ik gebruik voor verschillende taken verschillend gekleurd papier              
*In mijn lokaal hebben de leerlingen minimaal 1m2 ruimte voor zichzelf              
*Ik zet bij verwerkingstaken 60 bpm muziek op              
*Ik zorg voor een goed verlicht lokaal              
*Ik heb planten in mijn lokaal              
*De inrichting van mijn lokaal is optimaal om samenwerking  tussen leerlingen te stimuleren              
*Wanneer er buiten mijn lokaal afleidende activiteiten plaats vinden maak ik er werk van om dat te stoppen              
*Leerlingen mogen in mijn les water drinken              
*Ik gebruik visuele middelen om inhoud van mondelinge teksten vast te houden              
*Ik bespreek met collega’s wie verantwoordelijk zijn voor de fysieke leeromgeving              
*Ik maak gebruik van een informatiemuur              
*Per thema hangt aan de muur: introductie, voorkennis van lln, doelen, uitleg en werkstukken              
*Bij een kringgesprek heb ik de materialen over het onderwerp bij de hand              
*Ik ben kritisch over welke posters er opgehangen mogen worden