Lesontwerp

Elke leraar zorgt ervoor dat het onderwijsaanbod beredeneerd is. Dat wil zeggen dat de leraar lange termijndoelen stelt die vervolgens voor de verschillende ontwikkelingsgebieden en vakken in kortere, duidelijk en overzichtelijke tussendoelen worden aangeboden in lessenseries.

De lange termijndoelen en de daaraan gekoppelde tussendoelen zijn opgenomen in groepsplannen. Thema`s, lessenseries en activiteiten worden gepland voor één of meer weken in de thema- of we(e)k(en)planning. Leraren werken met een herkenbare lesopbouw zodat leerlingen weten wat ze kunnen verwachten en de leraar hierdoor effectief het cruciale leerstofaanbod centraal zet , op een manier dat alle leerlingen het lesdoel halen. Gebruik maken van een opbrengstgerichte  lesopbouw benoemen we hier als doordacht lesgeven.

 

 

Doordacht Lesgeven

Een leraar moet verbanden kunnen aantonen in de lesstof en de leerlingen handvatten aanreiken om dat ook zelf te kunnen doen. Dit houdt in dat een goede leraar samenhang moet brengen in de informatie omdat het leren anders gebrekkig, chaotisch en onjuist verloopt. Het is een vereiste om optimaal te kunnen leren. Als leerlingen geen enkele lijn zien in de binnenkomende informatie, begrijpen ze niet wat er gebeurt, wat er van hen gevraagd wordt. Ze ontwikkelen niet, leren en presteren minder en geven het snel (ler) op.

Een effectieve leraar kan de kennis over optimale leeromstandigheden toepassen en integreren in het dagelijkse denken en handelen. Daarvoor is een lesontwerp een belangrijk middel! Geen kant en klare formule die stap voor stap moet worden doorlopen maar een doordacht model dat iedere leraar kan aanpassen aan de eigen groep, ontwikkelings-en vakgebied en situatie. Een model als doordacht lesgeven kent vier fasen die steeds weer aangepast worden aan de betreffende leerstof en aan de doelgroep.  In de kleutergroepen past de leraar dit model toe in (kleine) kringmomenten en tijdens instructie aan een (kleine) tafelgroep in een speel-werkles.

 

De vier fasen van het model doordacht lesgeven

Uit Passie en Kracht in schoolontwikkeling, Kopmels, D., gebaseerd op Mindful teaching van Michael Fullan & Clif St. Germain

 

Fase 1. Een goed begin

Motivatie, doelduidelijkheid, vooruitblik, voorkennis

Fase 2. Interactieve instructie

Kern van de leerstof, geordend geheel van de leerstof, check, conclusies

Fase 3. De leerling aan zet; toepassen

Duidelijkheid, begeleid oefenen, zelfstandig oefenen, op hoger niveau werken

Fase 4. Integratie

Inhoudelijke afronding, persoonlijke afronding

 

 

Coherentie nodig

Om ervoor te zorgen dat leerlingen de leerstof als ‘onderling logisch samenhangend geheel kunnen verwerken en opslaan vanuit het werkgeheugen naar het lange termijn geheugen is een structuur waarin de leerstof wordt aangeboden, zoals een lesontwerp dat kan bieden, nodig. Coherentie is een eigenschap die nodig is om op hoger niveau te kunnen denken, voor complex leren. Als nieuwe informatie verwarrend, onvolledig of te ingewikkeld is, dan hebben de leerlingen er moeite mee. Coherentie geeft aan het leren een gevoel van orde, evenwicht, eenheid en zelfs schoonheid. Coherent leren is meer dan het aaneenrijgen van woorden, de woorden krijgen betekenis.

Coherentie en betekenis zijn twee verschillende dingen. Coherentie betekent dat iemand wijs kan worden uit de inhoud, terwijl betekenis met zich meebrengt dat de inhoud waarde, emotie of relevantie heeft. Betekenis geven gaat lang niet altijd vanzelf. Belangrijk dat de effectieve leraar eigen kennis vertaalt in iets wat de leerlingen kunnen snappen.

Bron: Krachtig onderwijzen, de principes van breinvriendelijk onderwijs; principe 6: altijd structuur in de leerstof, een Nederlandse bewerking van “Fierce Teaching” van Eric Jensen.

 

Visueel ondersteunen

Maak de lesfasen zichtbaar door middel van kaartjes met afbeeldingen, zodat u de leerlingen meeneemt door de fasen van hun leerproces. Het digibord of Touchscreen kan hierbij een goede ondersteuning bieden. Er zijn software-programma`s die bijvoorbeeld werken met kleuren in de verschillende lesfasen ( prowise-software) zie ook ICT Leerlingen kunnen zien hoeveel tijd er is voor een fase en de les aan de hand hiervan goed volgen. Dit geeft leerlingen structuur, biedt duidelijkheid en ondersteuning in elke fase van de les.

Coöperatieve structuren voor interactie in de lesfasen

Motiveer de leerlingen in de verschillende lesfasen met een coöperatieve structuur. Bij fase 1 Een goed begin kan de voorkennis worden opgehaald met Sta Op Hand Omhoog Tweetal, een toegankelijke structuur, die aansluit bij hoe ons brein leert: in een veilige omgeving, voldoende zuurstof naar onze hersenen, betekenisvol, in interactie, aandachtig en alert de informatie kunnen verwerken.

Stappen van Sta Op Hand Omhoog Tweetal

1.De leraar noemt het onderwerp waarover voorkennis wordt opgehaald

2.De leerlingen krijgen DenkTijd

3.De leerlingen staan op van hun plaats

4.Ze kijken om zich heen en vormen een tweetal

5.Ze spreken af wie er begint

6.Ze wisselen om de beurt uit over de vraag

7.Ze bedanken elkaar en gaan terug naar hun plaats

De leraar loopt rond en luistert hier en daar mee, de leraar vraagt willekeurige tweetallen, na afloop, plenair één reactie.

Bij jonge kinderen kan deze didactische structuur in de (kleine) kring worden gedaan.

 

Leren is nooit compleet zonder het gevoel dat je een uitdaging hebt overwonnen

Kennis is potentieel, maakt ruimte voor nieuwe ontwikkeling

Bron: Passie en kracht in schoolontwikkeling, Michael Fullan & Cliff St. Germain

 

Reflectie door de leraar op het lesontwerp

Maak een mindmap/Breinkaart waarin je per lesfase de meest effectieve elementen tekent en daaraan gekoppeld acties/strategieën die in deze betreffende fase effectief werken op de betrokkenheid van de leerlingen bij de les(sen)

.

 

Reflecteer in de fase van integratie én in het kader van coherent / betekenisvol lesgeven

Stel u zelf vragen of ga met (een) collega (`s) in gesprek over deze vragen:

  1. Neem en geef ik de tijd aan mijn leerlingen om het geleerde vast te houden en te integreren?
  2. Observeer en begrijp ik kennis en vaardigheden, capaciteiten van mijn leerlingen?
  3. Stimuleer en geef ik samengestelde, complexere opdrachten?
  4. Maken mijn leerlingen creatieve en integrale voorstellingen van het nieuw geleerde
  5. Denk ik bij mijn lesvoorbereiding na over nieuwe vragen en toepassingen, voortbouwend op het vorige, zorg ik voor een spiraal-vormige opbouw van kennis?
  6. Zet ik coöperatieve werkvormen in bij de lesvoorbereiding zowel met een ontdekkend karakter als  met een reflectief karakter?
  7. Evalueer ik  in een gesprek met een collega aan de hand van reflectieve vragen op de effectiviteit en inhoud van mijn lesontwerp?