Relatie leraar leerling

De ‘relatie leraar-leerlingen’ vormt het fundament om regels & routines en ordemaatregelen te laten werken.

4 domeinen

Robert Marzano omschrijft klassenmanagement als volgt. Het bijeenkomen van handelingen van een leraar in vier verschillende domeinen:

  1. Opstellen en toezien op de naleving van regels en routines (procedures)
  2. Uitvoeren van maatregelen bij ordeverstorend gedrag
  3. Zorgen voor een effectieve relatie tussen leraar en leerlingen
  4. Zorgen voor de juiste mentale houding voor klassenmanagement

 

Eigenlijk is ‘relatie leraar-leerlingen’ het fundament om de eerste twee strategieën van pedagogisch handelen & klassenmanagement (regels & routines en ordemaatregelen) te laten werken. Als u een goede relatie met uw leerlingen heeft, zijn zij eerder geneigd de regels, routines en ordemaatregelen te accepteren. Andersom is dit verband ook zichtbaar. Wanneer een leerling enorm zijn best doet maar nooit een compliment krijgt van u, kan de leerling regel overschrijdend gedrag gaan vertonen. Dit verstoort de relatie tussen leraar en leerling nog verder.

 

Dominantie & Coöperatie

We kijken naar de interactie tussen twee dimensies ‘dominantie’ en ‘coöperatie’.

cooperatie & dominantie

Op de dimensie dominantie zien we aan de ene kant toegevendheid en aan de andere kant dominantie. Een dominante leraar stelt duidelijke doelen en geeft krachtig leiding, en een toegevende leraar niet.

Bij de tweede dimensie staan oppositie en coöperatie tegenover elkaar. Bij een coöperatieve leraar passen eigenschappen als: heeft belangstelling voor de behoeften en meningen van anderen en kan als lid van een team functioneren.

 

Bij beide dimensies geldt dat geen van beide uitersten zorgt voor een optimale relatie tussen leerlingen en leraar. De optimale relatie tussen leerlingen en leraar ontstaat als de leraar beschikt over een gematigde dominantie en een matige tot hoge mate van coöperatie. Een valkuil voor beginnende leraren is dat ze graag ‘aardig gevonden’ willen worden en daardoor een te coöperatieve houding aannemen. Om een juiste mix van dominantie en coöperatie te bereiken, is het belangrijk dat u kan inspelen op de verschillende behoeften van de leerlingen in de klas.

 

Actiestappen

 

  1. Pas specifieke technieken toe voor de juiste mate van dominantie in de groep. Wees assertief en stel duidelijke leerdoelen.
  2. Gebruik specifiek gedrag dat de juiste mate van coöperatie laat zien:
    • Stel flexibele leerdoelen op;
    • Toon persoonlijke interesse in leerlingen;
    • Vertoon rechtvaardig en positief gedrag;
    • Reageer passend op onjuiste antwoorden van leerlingen.
  3. Wees u bewust van de verschillende typen leerlingen. Bijvoorbeeld de passieve leerling of de agressieve leerling.

Bij handelen gaan we verder in op persoonlijke interesse tonen in leerlingen.

Persoonlijke interesse tonen in leerlingen

Positieve invloed op leren

Er zijn een groot aantal heel concrete stappen die u kunt zetten om gericht te werken aan een goede relatie tussen u en de leerlingen. Een daarvan is het tonen van persoonlijke interesse in leerlingen. Dit maakt deel uit van het overbrengen van een gevoel van coöperatie. Het tonen van interesse hoeft dus niet veel moeite te kosten, maar heeft wel een positieve invloed op het welbevinden en daarmee op het leren van leerlingen.

 

Leer uw leerlingen kennen

Een belangrijk startpunt is dat u uw leerlingen leert kennen. Iedereen wil graag dat anderen hem kennen. Als iemand weet waar onze interesses liggen en onze achtergronden een beetje kent, zien we dat als een teken dat ze ons wel aardig vinden. Zorg dus  dat u van alle leerlingen iets weet.

 

Nu heeft u natuurlijk heel veel klassen waar u les aan geeft en zal het lastig zijn van alle leerlingen die u misschien maar 1 uur in de week ziet iets te weten te komen, maar met een beetje inspanning moet het toch mogelijk zijn om in de loop van het jaar iets persoonlijks te weten te komen over al uw leerlingen.

Maak hierbij gebruik van gesprekjes met de leerling en zaken die u aan het begin en einde van de les opvangt in contact met de ouders. Probeer ook zaken te achterhalen aan de hand van de spullen die een leerling meeneemt naar school (afdruk op tas, kleding of agenda met idool). Denk ook aan de informatie die de schoolkrant of weblog van leerlingen kan bieden, zaken die u aan het begin en einde van de les opvangt.

Vraag eventueel informatie op bij de mentor als u weinig aanknopingspunten kunt achterhalen. Het is hierbij slim om te starten met de leerlingen die wellicht buiten de groep vallen., zich niet met de groep bezighouden of zich niet goed gedragen. Gewapend met persoonlijke feiten kunt u de leerlingen verrassen door zomaar eens een praatje te maken over iets wat hen bezighoudt.

 

Trends & ontwikkelingen

Daarnaast is het handig op de hoogte te zijn van actuele trends en ontwikkelingen, zoals:

  • Populaire muziek, artiesten en bands
  • Plekken waar leerlingen in hun vrije tijd graag komen
  • Evenementen in de omgeving waar leerlingen naar toe gaan
  • Rivaliteit tussen groepjes leerlingen
  • Populair taalgebruik en uitdrukkingen
  • Films en televisieseries waar leerlingen naar kijken en over praten
  • Apps die veel gebruikt worden door leerlingen

Uiteraard hoeft u hierbij niet allen af te gaan op zelfstudie van uw kant, mar schakel hierbij de leerlingen zelf ook in, door af en toe de vraag te stellen: Vertel eens waar je op dit moment mee bezig bent? Of wat zijn voor jullie belangrijke onderwerpen waarvan ik en andere leraren van op de hoogte zouden moeten zijn?

 

 

Laat zien dat u leerlingen graag mag

De volgende stap is dat u op talloze kleine en onbeduidende manieren laat zien dat u uw leerlingen graag mag. Dit kan door bij binnenkomst ieder persoonlijk te groeten en een aantal persoonlijke praatjes te maken met leerlingen.

Stel eventueel een schema op om te zorgen dat u iedere dag een aantal leerlingen uitpikt om een praatje mee te maken. Dat kan aan het begin of einde van de les, maar ook tussen de lessen door of op een willekeurig moment van de dag.  Op deze manier heeft u in de loop van het jaar met alle leerlingen wel eens positief en persoonlijk contact.

Een volgende stap is dat u de persoonlijke interesses van leerlingen verwerkt in de leerstof…

 

 

 

Ken ik mijn leerlingen?

 

  • Op welke manier besteed ik aandacht aan de individuele leerlingen die mijn lessen volgen?
  • Weet ik wie er in mijn klas zitten. Zou ik van alle leerlingen iets specifieks kunnen noemen?
  • Weet ik welke trends actueel zijn?
  • Weet ik wat mijn leerlingen na schooltijd bezighoudt?
  • Weet ik waar leerlingen het in de pauze over hebben?
  • Weet ik van welke muziek mijn leerlingen houden?
  • Weet ik iets van de gezinssamenstelling en de thuissituatie van mijn leerlingen?
  • Weet ik welke hobbies mijn leerlingen hebben?
  • Weet van alle leerlingen iets persoonlijks?
  • Voer ik regelmatig met iedere leerling een gesprekje?
  • Verwerk ik persoonlijke interesses van leerlingen in de lesstof?
  • Weet ik met wie de leerlingen bevriend zijn uit de klas?